Waarom Myrna Stork Wat zeg ik? schreef: een boek dat kinderen hondentaal leert

Gepubliceerd: Laatst aangepast:
Inhoudsopgave

    In gesprek met Myrna Stork: het verhaal achter Wat zeg ik? Hondentaal voor kinderen

    In deze aflevering van Bello’s podcast spreken we met Myrna Stork, auteur van het kinderboek Wat zeg ik? Hondentaal voor kinderen. Een boek dat kinderen op een speelse manier leert hoe honden communiceren en waarom het zo belangrijk is om de grenzen van een hond te herkennen.

    Waarom een boek over hondentaal voor kinderen?

    Myrna groeide op met dieren en honden speelden al vroeg een grote rol in haar leven. Toch ontdekte ze als kind op een pijnlijke manier dat houden van een hond niet automatisch betekent dat je hem ook begrijpt.

    Toen ze elf jaar was, ging ze over de grenzen van haar hond heen. Ze trok aan zijn oren en neus, zonder te beseffen dat de hond al signalen gaf dat hij dit niet prettig vond. Uiteindelijk beet de hond haar in haar gezicht. Die ervaring is haar altijd bijgebleven.

    Juist daarom wil Myrna kinderen leren hoe ze hondentaal kunnen herkennen. Niet op een belerende manier, maar via een spannend en toegankelijk verhaal.

    Het verhaal van Bas

    In Wat zeg ik? maken kinderen kennis met Bas, een jongen die dol is op honden. Wanneer hij boos is omdat hij een spelletje verliest, roept hij dat hij liever een hond zou zijn. En dan gebeurt het echt: Bas verandert in een hond.

    Door de wereld vanuit het perspectief van een hond te beleven, ontdekt Bas dat hij honden misschien minder goed begrijpt dan hij dacht. Zo leren kinderen op een speelse manier wat honden voelen, hoe ze communiceren en waarom rust, ruimte en respect zo belangrijk zijn.

    Waarom hondentaal zo belangrijk is

    In de podcast vertelt Myrna dat veel kinderen niet goed weten hoe ze met honden moeten omgaan. Sommige kinderen zijn bang en gaan rennen of gillen. Andere kinderen vinden honden juist zó leuk dat ze er bovenop duiken of hun armen om de hond heen slaan.

    Hoewel dit vaak goed bedoeld is, kan het voor een hond spannend of bedreigend zijn. Veel honden geven eerst subtiele signalen af, maar die worden lang niet altijd herkend door kinderen of volwassenen.

    Veelgemaakte fouten tussen kinderen en honden

    Een van de meest voorkomende fouten is dat kinderen een hond om de nek hangen of bij de kop vastpakken. Voor mensen voelt een knuffel liefdevol, maar voor veel honden kan dit juist onprettig of bedreigend zijn.

    Ook een hond storen terwijl hij in zijn mand ligt of rust nodig heeft, kan voor spanning zorgen. Myrna benadrukt daarom dat kinderen moeten leren dat een hond ook een eigen plek nodig heeft waar hij met rust wordt gelaten.

    De rol van ouders

    Volgens Myrna ligt er een belangrijke verantwoordelijkheid bij ouders. Zij moeten kinderen begeleiden in het contact met honden en uitleggen dat honden anders communiceren dan mensen.

    Een hond is geen levende knuffel en ook geen speelgoed voor kinderen. Natuurlijk kan een hond een prachtig onderdeel zijn van een gezin, maar het blijft belangrijk om toezicht te houden en kinderen te leren hoe ze respectvol met honden omgaan.

    Het boek in het onderwijs

    Myrna hoopt dat Wat zeg ik? ook op scholen wordt gebruikt. Het boek is geschikt om voor te lezen en samen met kinderen te bespreken. Zo kunnen kinderen leren wat ze moeten doen als ze een hond tegenkomen, bang zijn of juist graag willen aaien.

    Er zijn zelfs duizenden exemplaren gedrukt met het idee om deze onder scholen te verspreiden. Door politieke veranderingen is dat plan helaas stilgevallen. In de podcast wordt daarom een oproep gedaan aan mensen in het onderwijs om te helpen het boek alsnog bij kinderen terecht te laten komen.

    Meer begrip tussen kind en hond

    De belangrijkste boodschap van Myrna is simpel: kijk beter naar de hond. Honden communiceren voortdurend, maar wij moeten leren zien wat ze bedoelen.

    Als kinderen op jonge leeftijd leren hoe honden zich uiten, kunnen veel misverstanden worden voorkomen. En als er daardoor één kind minder wordt gebeten, is dat volgens Myrna al enorme winst.

    Waar is het boek verkrijgbaar?

    Wat zeg ik? Hondentaal voor kinderen is verkrijgbaar als hardcover via Bol.com. Daarnaast is het boek beschikbaar als e-book via onder andere Amazon en Kindle. Meer informatie is te vinden via de website van Myrna Stork.

    Luister naar de aflevering

    In deze aflevering van Bello’s podcast hoor je het volledige gesprek met Myrna Stork over haar boek, haar persoonlijke motivatie en waarom hondentaal voor kinderen zo belangrijk is.

    Het boek 'Wat zeg ik? Hondentaal voor kinderen' leert kinderen op een speelse manier hoe honden communiceren. Hoofdpersoon Bas verandert in een hond en ontdekt vanuit het perspectief van de hond waarom lichaamstaal en grenzen zo belangrijk zijn.
    Kinderen komen dagelijks honden tegen, thuis, op straat of bij vriendjes. Door hondentaal te begrijpen leren zij signalen van stress of ongemak herkennen, waardoor de kans op misverstanden en bijtincidenten kleiner wordt.
    Volgens de podcast ontstaan veel bijtincidenten doordat kinderen en volwassenen de signalen van een hond niet herkennen. Honden geven vaak eerst aan dat ze zich ongemakkelijk voelen, maar die lichaamstaal wordt regelmatig gemist.
    Veel kinderen hangen om de nek van een hond, pakken een hond bij de kop of storen een hond terwijl deze rust. Hoewel dit vaak goed bedoeld is, kan een hond dit als bedreigend ervaren.
    Ouders kunnen kinderen leren om hondentaal te herkennen, honden met rust te laten wanneer ze slapen of in hun mand liggen en altijd toezicht te houden tijdens contact tussen een kind en een hond.
    Nee. Hoewel het boek is geschreven voor kinderen, geeft Myrna Stork aan dat ook veel ouders er zelf van leren. Het boek biedt praktische inzichten in hondengedrag die voor het hele gezin waardevol zijn.
    Volgens de podcast is het boek verkrijgbaar als hardcover via Bol.com. Daarnaast is het als e-book beschikbaar via onder andere Amazon en Kindle en is meer informatie te vinden op de website van Myrna Stork.