Eerste hulp bij: Intoxicaties

Eerste hulp bij: Intoxicaties

Eerste hulp bij: Intoxicaties

Thuis, tijdens een wandeling of op vakantie, een ongeluk zit in een klein hoekje. Denk hierbij aan een zonnesteek, wonden of vergiftiging (intoxicatie). In deze EHBO serie proberen we meer te vertellen over de achtergrond en pluizen we uit wat de beste (spoed)behandeling is die je zelf kan uitvoeren in deze gevallen. In deze blog gaan we dieper in op intoxicaties, dat varieert van chocolade tot paracetamol. Je hoopt natuurlijk dat het jouw trouwe viervoeter nooit overkomt, maar wat is de beste manier om EHBO te verlenen als je hond iets giftigs heeft opgegeten?

Achtergrondinformatie

‘Dosis sola facit venenum’ schreef Paracelsus, een van de grondleggers van de toxicologie, in de 16e eeuw, ‘alleen de hoeveelheid maakt het vergif’. Veel stoffen zijn in kleine hoeveelheden niet (direct) schadelijk voor het lichaam, maar wanneer de hoeveelheid groter wordt neemt de kans op een schadelijk effect toe. In de veterinaire toxicologie geldt het ezelsbruggetje ADME:

  • Absorptie
  • Distributie
  • Metabolisme
  • Excretie

 

Binnen absorptie, of opname, maken we onderscheid tussen een aantal routes waarmee je hond in contact komt met schadelijke stoffen: oraal (via de bek), inhalatie (via de ademhaling) of dermaal (via de huid). Stoffen die via de bek zijn opgenomen komen eerst in de maag en de darmen terecht waar ze (deels) kunnen worden opgenomen door het lichaam. Distributie is de manier waarop het stofje vervolgens door het lichaam opgenomen wordt en waar het blijft. Sommige stoffen blijven door hun stofeigenschappen hangen in het bloed, terwijl andere stoffen eerder in het vet gaan zitten. Omdat iedere stof andere (verdelings)eigenschappen heeft is het voor de behandeling belangrijk om te weten welke stof je hond heeft opgenomen. Het metabolisme (omzetting) vindt voornamelijk plaats in de lever. De lever kan stoffen door middel van een omzettingsproces zowel activeren als de-activeren. Dat betekent dat sommige stoffen na het passeren van de lever minder of niet meer giftig zijn. Het omgekeerde kan ook voorkomen, dat ze juist pas giftig zijn op het moment dat ze de lever gepasseerd zijn. Het uitscheiden van de (giftige) stoffen is de laatst stap, dit noemen we excretie. Dat gaat meestal via de nieren of via de galblaas (en ontlasting). Wanneer je hond een giftige stof heeft opgenomen, zal de dierenarts proberen een van deze processen te beïnvloeden en de toestand van je hond te stabiliseren. Hoe makkelijk het is om een van deze processen te beïnvloeden hangt af van de stof die je hond heeft opgenomen.

 

Giftige stoffen

Veel stoffen die voor mensen niet eetbaar zijn, zijn dat voor onze trouwe viervoeters ook niet. Antivries, ratten- of muizengif, dat is allemaal niet bedoeld om op te eten. Toch zien we regelmatig dat honden het toch opeten (vaak op een onbewaakt ogenblik!), omdat er wel een lekker smaakje aan zit. Maar ook producten die wij als mens wel kunnen eten (en vaak nog lekker vinden ook ☺) zijn voor onze honden helemaal niet zo goed. Denk bijvoorbeeld aan chocolade, rauwe aardappelen, druiven (of rozijnen), xylitol (in kauwgom), uien, zout en knoflook. Niet al deze producten zijn in dezelfde mate slecht voor onze honden zoals ook Paracelsus al zei, neem bijvoorbeeld knoflook. Honden moeten hier veel van eten voor je subtiele verschijnselen gaat zien, het kan dus lang duren voor je hier iets van merkt. De tegenhanger van knoflook is chocolade, hiervan kan een klein beetje al heftige gevolgen hebben. Dat chocolade niet goed is voor je viervoeter weten veel hondeneigenaren wel, maar hoe zit dat precies met druiven, xylitol of uien?

 

Druiven

Druiven

Van chocolade weten we dat de stof theobromine zorgt voor ziekteverschijnselen. Honden kunnen deze stof, in tegenstelling tot mensen, niet zo snel afbreken. Bij druiven (en rozijnen) is niet bekend welke stof nou precies zorgt voor de ziekteverschijnselen. Druiven zijn niet alleen giftig voor honden, maar kunnen ook bij katten en fretten voor problemen zorgen. Doordat nog grotendeels onbekend is met welke stof we te maken hebben, is ook het werkingsmechanisme niet helemaal duidelijk. Bij honden die zijn overleden aan druivenvergiftiging zien we de meeste schade aan de nieren, maar ook aan de lever en de lymfeknopen. Om het nog moeilijker te maken lijken druiven niet bij alle honden in dezelfde mate voor problemen te zorgen. Daarom is het raadzaam om ongeacht de hoeveelheid die je hond heeft opgenomen, meteen aan de bel te trekken bij de dierenarts. Druiven worden maar langzaam opgenomen in het maagdarmkanaal en het heeft dus ook zeker zin om de absorptie te beperken door de hond bijvoorbeeld te laten braken. Wanneer een hond (veel) druiven heeft opgenomen gaan ze in veel gevallen vanzelf al braken, mocht dit niet het geval zijn kan de dierenarts je hond een middel geven om het braken op te wekken. Doordat de druiven dan uit het maagdarmkanaal weg zijn, kan de toxische stof ook minder worden opgenomen en dus minder schade veroorzaken. Als de druiven al langer geleden zijn opgenomen en zich al in de darm bevinden dan kan het raadzaam zijn om actieve kool te geven om de opname in het maagdarmkanaal te beperken. Mocht je hond al symptomen hebben dan zal de dierenarts waarschijnlijk een infuus aanleggen om de doorbloeding van de nieren op peil te houden om de schade zo veel mogelijk te beperken.

 

Xylitol

Xylitol

In kauwgom, maar ook in verschillende ‘light’ producten, mondwater, smint en tandpasta vinden we xylitol. In plaats van suiker (glucose) bevatten de ‘light’ producten xylitol als natuurlijke zoetstof. Honden nemen xylitol erg snel op in de bloedsomloop en omdat het lijkt op glucose denkt het lichaam dat er ineens heel veel glucose in het bloed zit. Wanneer het lichaam te lang te veel glucose in de bloedbaan heeft kan dat schadelijk zijn. Als natuurlijke reactie op dit overschot aan ‘glucose’ in het bloed gaat de alvleesklier veel insuline afgeven. Iedere cel in het lichaam heeft een soort ‘uitkijkpost’ voor insuline en zodra ze insuline opmerken in de bloedbaan gaan ze actief glucose opnemen uit de bloedsomloop. De symptomen van xylitolintoxicatie (oa braken, slapheid) ontstaan niet doordat er te veel ‘glucose’ in de bloedsomloop zit, maar juist omdat door de hoge concentratie insuline er te veel glucose te snel wordt weggehaald uit het bloed. Doordat honden xylitol heel snel kunnen opnemen heeft de absorptie beperken maar korte tijd effect, als stelregel houden we aan dat braken niet meer effectief is wanneer de xylitol langer dan 30 minuten geleden is opgenomen. Als de opname langer dan 30 minuten geleden is en de hond vertoont al symptomen van xylitolintoxicatie wordt meestal overgegaan op een gedoseerde toediening van glucose om de bloedsuikerspiegel op peil te houden onder regelmatige monitoring. Het aanbieden van kleine hoeveelheden glucose zorgt er dan voor dat de vitale organen wel kunnen blijven functioneren tot de grote hoeveelheid xylitol uit de bloedsomloop verdwenen is.

 

Uien en knoflook

Uien en knoflook

Een van de dingen die we de laatste tijd veel tegenkomen op het alwetende interweb is het gebruik van knoflook (en soms zelfs uien) als ontworming of tegen teken en andere parasieten. Niet geheel zonder gevaar wanneer niet goed wordt uitgelegd hoe, wat en vooral hoeveel. Knoflook en uien behoren allebei tot de genus Allium, waar bijvoorbeeld ook bieslook, prei en sjalotten onder vallen. Deze soorten bevatten bepaalde stoffen die na opname uiteindelijk worden omgezet in sulfoxide en disulfide. Die bewuste namen mag je direct weer vergeten, samengevat noemen we die stoffen oxidanten. In principe zijn de oxidanten in alle vormen van de Allium aanwezig, dus ook in gebakken uitjes of knoflook in poedervorm, alhoewel de knoflook iets minder gevaarlijk is dan de ui. De oxidanten beschadigen de rode bloedcellen, die normaal zuurstof in het bloed vervoeren. Door de afbraak van de rode bloedcellen ontstaat hemolytische anemie, een vorm van bloedarmoede die uiteindelijk kan zorgen voor schade aan vitale organen. Antioxidanten zijn een natuurlijke bescherming tegen de schade, maar bij honden is dit mechanisme niet heel actief. Symptomen van vergiftiging zie je vaak pas naar een paar dagen, wanneer er bloedarmoede ontstaan is door de afbraak van de rode bloedcellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zwakte, minder eetlust, donkere urine, diarree of gele slijmvliezen. Het extra toedienen van antioxidanten via een infuus zal een hond die nog geen symptomen vertoont in ieder geval ondersteunen. In ernstige gevallen kan worden gekozen voor een bloedtransfusie om de verloren rode bloedcellen aan te vullen om zo te zorgen dat de vitale organen toch voldoende zuurstof krijgen.

 

EHBO Stappenplan

Stap 1: Risico-inschatting

Wat is nu essentiële informatie die je bij de hand moet hebben voor je dierenarts? Het is belangrijk om in ieder geval altijd het gewicht van je hond (dit hoeft niet tot op de kilo nauwkeurig, maar betreft het een Chihuahua of een Leonberger?), het product, de (geschatte) hoeveelheid van het product en wanneer het is opgegeten te vermelden. Kijk goed naar je hond en geef (eventuele) veranderingen in gedrag of andere symptomen die je ziet zoals bijvoorbeeld overmatig kwijlen of een snelle ademhaling direct door aan de dierenarts. Dit helpt de dierenarts enorm om een goede inschatting te maken van de ernst van de situatie en je hond direct adequaat te kunnen behandelen.

 

Stap 2: Absorptievermindering

Zorgen dat je hond niet meer van de giftige stof kan opnemen is de eerste stap van absorptievermindering. Hoe minder je hond binnen krijgt, hoe minder schade hij uiteindelijk zal oplopen. Bij een giftige stof in de ogen of op de huid kun je zelf direct actie ondernemen door de plek te spoelen met stromend lauwwarm water. Heeft je hond iets opgegeten dan is het vaak lastig om zelf iets aan absorptievermindering te doen. Overleg met je dierenarts of het op dat moment al verstandig is om je hond geactiveerde kool (Norit) te geven. Vroeger werd er nog wel eens geadviseerd om je hond te laten braken door deze zout in te geven, echter is deze methode niet betrouwbaar en kan het zelfs zorgen voor een zout-intoxicatie. Probeer dit dus alsjeblieft niet zelf, de schade van een zout-intoxicatie kan zelfs groter zijn dan van de oorspronkelijke intoxicatie.

 

Stap 3: Eliminatieversnelling

Deze stap zal vaak gebeuren door of in samenspraak met de dierenarts. De giftige stof is al opgenomen, maar hoe krijg je deze zo snel mogelijk het lichaam uit? De eliminatie is niet altijd beïnvloedbaar, maar voor een aantal stoffen is het mogelijk om een antidotum te geven die er voor zorgt dat de stof sneller wordt uitgescheiden of wordt weggevangen.

 

Stap 4: Symptomatisch handelen

Dit is de ondersteuning van de vitale lichaamsfuncties van de patiënt. In deze fase probeer je als eerste om permanente schade aan vitale organen te voorkomen. Dit zal bijna altijd onder continue monitoring zijn.

 

Of deze stappen altijd in deze volgorde doorlopen worden is afhankelijk van de situatie en de giftige stof die je hond heeft opgenomen. Mocht de gezondheid van de hond dermate gevaar lopen dat er risico is op permanente schade kan ervoor gekozen worden om direct symptomatisch te behandelen en de andere stappen pas later te voltooien of (deels) over te slaan. We behandelen altijd eerst de patiënt, daarna pas de intoxicatie! Wil je weten wat je kan doen voor je viervoeter in geval van nood of ben je benieuwd naar achtergrondinformatie bij verschillende aandoeningen? Blijf dan deze blog volgen! Volgende keer nemen vertellen we meer over EHBO bij een maagtorsie.

 

Disclaimer:
Dit blog is geschreven met de grootst mogelijke zorgvuldigheid op basis van theorie. Iedere situatie is anders en de informatie in dit blog kan en mag nooit een bezoek aan uw dierenarts vervangen. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van beslissingen die u neemt op basis van deze informatie zonder het raadplegen van een dierenarts. 

Laat een opmerking achter

Opmerkingen worden eerst nagekeken voor ze worden geplaatst