Elk jaar komen er zwerfhonden uit het buitenland naar Nederland. De Universiteit Utrecht noemt ongeveer 13.000 per jaar. Veel mensen willen een hond een nieuw thuis geven, en dat is begrijpelijk. Tegelijk is het een adoptie met extra onzekerheden: je weet weinig over zijn verleden, zijn gezondheid en de organisatie erachter. In deze blog lees je wat er speelt, wat je moet regelen en hoe je de eerste weken aanpakt.
Kort samengevat
- Kies de organisatie met zorg en onderzoek hoe zij werkt, niet alleen wat er op de website staat.
- Controleer chip, paspoort of certificaat en de rabiësvaccinatie, en registreer de hond binnen twee weken.
- Laat je hond na aankomst door je dierenarts onderzoeken. Sommige ziekten blijken pas maanden tot jaren later.
- Reken op extra begeleiding. Angst en onzekerheid komen vaak voor.
Voorstanders en tegenstanders
Voorstanders wijzen op de vele zwerfhonden die een thuis nodig hebben. De Dierenbescherming is geen voorstander van adoptie uit het buitenland, maar veroordeelt niet alle mensen of organisaties die eraan meewerken. Zij erkent dat er stichtingen zijn die oprecht, volgens de regels en secuur werken. Haar zorgen zijn dat moeilijk te controleren is of organisaties wettig en verstandig handelen, dat lastig te beoordelen is of een hond geschikt is voor adoptie, en dat veel begeleiding nodig kan zijn voordat een hond zich thuis voelt. Ook wijst zij erop dat adoptie de situatie van de achterblijvende dieren niet oplost.
Het LICG, het kenniscentrum voor gezelschapsdieren, vat het zo samen: adopteer nooit zomaar omdat je een dier wilt redden. Het vraagt voorbereiding, tijd, geld en aanpassingsvermogen.
Hoe kies je een organisatie?
- Onderzoek grondig: de Dierenbescherming adviseert om niet alleen naar de website te kijken, maar ook online ervaringen van anderen op te zoeken. Zie je veel negatieve of onduidelijke ervaringen, zoek dan verder.
- Kijk naar de status: het LICG adviseert stichtingen met ANBI-status die structurele oplossingen bieden.
- Vraag om gegevens: controleer de gezondheidsgegevens en testresultaten van de hond.
- Gastgezin: het LICG ziet een gastgezin-model liever dan directe adoptie. Hieronder lees je waarom.
- Contract: sluit een koopcontract af en geen bruikleencontract.
Gastgezin: eerst thuis wennen, dan pas matchen
Bij een gastgezin-model verblijft de hond na aankomst eerst tijdelijk bij een gastgezin in Nederland, en pas daarna volgt de adoptie. Het LICG noemt dit idealer dan directe adoptie, om twee redenen:
- De hond krijgt de tijd om bij te komen: na de reis kan hij herstellen en wennen aan een leven als huishond in Nederland.
- De stichting leert de hond kennen: zij krijgt een beter beeld van wat voor hond zij heeft geïmporteerd, en kan daardoor een betere match vinden.
Bij directe adoptie moet de hond volgens het LICG vaak op het vliegveld of op een andere, soms openbare plek worden opgehaald door zijn nieuwe baas. Het LICG noemt die manier van matchen niet ideaal. Bij een gastgezin kun je daarentegen persoonlijk kennismaken en de hond op een rustig tempo leren kennen.
Waar je op kunt letten: een goede stichting biedt voldoende begeleiding en heeft nooit haast tijdens het matchen. Vraag ook hoe lang de hond in het gastgezin heeft verbleven en of je met het gastgezin kunt praten. Zo hoor je uit eerste hand hoe de hond zich gedraagt.
Een gastgezin is geen garantie. Ook dan weet je niet alles over de gezondheid, dus de controle bij je dierenarts blijft nodig. Het geeft je wel meer informatie dan een kennismaking op het vliegveld.
Regels en papieren
Wat er geldt hangt af van het land waar de hond vandaan komt. Volgens de Douane gelden deze hoofdlijnen:
- Uit een EU-land: de hond moet gechipt zijn, een EU-paspoort hebben en gevaccineerd zijn tegen rabiës. Wisselt de hond commercieel van eigenaar, dan is een TRACES-certificaat nodig.
- Uit een land buiten de EU: de hond moet gechipt zijn, een EU-gezondheidscertificaat hebben en gevaccineerd zijn tegen rabiës. Die vaccinatie telt alleen als een dierenarts uit de EU het paspoort invult. Afhankelijk van het land is soms een bloedtest nodig, minstens 90 dagen voor vertrek. Bij aankomst meld je de hond bij de Douane.
Volgens het LICG moeten stichtingen die dieren commercieel importeren een UBN-nummer hebben, en moet de chip binnen twee weken op naam van de nieuwe eigenaar worden geregistreerd. Regels veranderen, dus controleer de actuele eisen bij de Douane en de NVWA voordat je iets afspreekt.
Gezondheid: laat je hond goed controleren
De Universiteit Utrecht noemt drie hoofdrisico's bij importhonden uit Zuid-Europa: leishmaniasis, ehrlichiosis en hartworm. Die ziekten kunnen leiden tot verminderde nierfunctie, beenmergschade, hoesten en verminderd uithoudingsvermogen. Het lastige is dat infecties vaak pas maanden tot jaren na de besmetting zichtbaar worden, en dat bij import niet met zekerheid vast te stellen is of een hond besmet is. Het LICG voegt toe dat vrijwel alle zwerfdieren last hebben van parasieten zoals vlooien en wormen, en noemt ook rabiës en babesiose als risico's.
Vertel je dierenarts dat je hond uit het buitenland komt, laat hem snel onderzoeken en ga bij sloomheid of vermoeidheid snel terug. Vroege diagnose helpt bij de behandeling.
Gedrag: reken op begeleiding
Het LICG noemt angst, verlatingsangst, jachtinstinct, agressie en wantrouwen naar onbekenden als gedragsproblemen die vaak voorkomen. Een belangrijke factor is socialisatie in de eerste levensmaanden, die grote invloed heeft op gedrag. Slecht gesocialiseerde honden kunnen hun leven lang angstig blijven.
Gedragsdeskundige Monique Bladder wijst erop dat ook stress van de moederhond tijdens de dracht invloed kan hebben op pups. Die onderbouwing komt vooral uit onderzoek bij ratten en niet bij honden, en het effect is niet absoluut. Het hangt onder andere af van het karakter van de teef en de omstandigheden waarin ze leeft. Voor adoptie betekent het vooral dat je het gedrag van je hond niet persoonlijk hoeft te nemen: hij neemt een geschiedenis mee die jij niet kent.
De eerste weken
Een hond die op straat of in een opvang leefde, kent een huis, een riem en huishoudgeluiden vaak nog niet. Bouw alles rustig op. De adviezen uit onze blog over adoptie van een herplaatser of asielhond gelden ook hier: geef eerst rust, beperk bezoek, houd vaste tijden aan en bouw beweging langzaam op. De 3-3-3-regel (3 dagen, 3 weken, 3 maanden) is een kader, geen wet. Bij honden met een moeilijke achtergrond kan het langer duren.
Likken en snuffelen zijn rustige bezigheden die je hond iets te doen geven zonder veel van hem te vragen. Een likmat, een snuffelmat of een snuffelbal zijn daar handig voor.
Snacks bij een onbekende voorgeschiedenis
Je weet niet wat je hond gewend is of verdraagt. Introduceer snacks daarom één voor één, in kleine stukjes, en let op ontlasting en huid. Gebruik beloningen om vertrouwen op te bouwen, bijvoorbeeld voor rustig gedrag. Is zijn maag gevoelig, kijk dan bij onze kauwsnacks voor een gevoelige maag of de hypoallergene hondensnacks.
Wanneer schakel je hulp in?
Laat bij hardnekkig of angstig gedrag eerst je dierenarts kijken om lichamelijke oorzaken uit te sluiten. Schakel daarna een gedragsdeskundige in die werkt met positieve beloning. Het LICG adviseert om geduldig te begeleiden en bij problemen gedragstherapie in te zetten.
🐾 Tip van Kaya & Dave
Vrienden van ons adopteerden een hond uit het buitenland. De hond had veel stress, en met veel begeleiding gaat het inmiddels beter. Er wordt gedacht dat stress van de moederhond tijdens de dracht daar een rol bij kan spelen. Mijn tip: reken vooraf op begeleiding. Plan een gedragsdeskundige in en zie het niet als falen als je die nodig hebt.
Lees ook:
- Hond adopteren of herplaatser nemen: checklist voor de eerste weken
- Hond leren alleen thuis te zijn: stap voor stap opbouwen
- Hondentraining: zet je hond op voor succes
- Hond weggelopen: wat moet je doen?
Bronnen: Dierenbescherming, LICG, Universiteit Utrecht, Douane, Monique Bladder.